Uw pensioen op maat maken

Iedere deelnemer in het pensioenfonds is anders. Daarom biedt de pensioenregeling u de mogelijkheid om uw pensioen aan te passen aan uw wensen en omstandigheden. Hiervoor kent de pensioenregeling de volgende mogelijkheden:

  • Eerder met pensioen gaan
  • Deeltijdpensioen
  • Eerst meer pensioen, later minder pensioen
  • Minder voor u, meer voor uw partner
  • Minder voor uw partner, meer voor u

Wilt u weten wat zo’n keuze betekent? Vraag de afdeling Pensioenservice dan een berekening te maken. 

Eerder met pensioen

Standaard gaat u met pensioen op 68 jaar. U kunt eerder met pensioen gaan, op zijn vroegst als u 55 jaar bent. Uw pensioenuitkering wordt dan lager. Uw partner krijgt ook minder na uw overlijden.
Wilt u eerder met pensioen? Laat dit dan minstens zes maanden vóór de gewenste ingangsdatum van uw pensioen per brief weten aan het pensioenfonds.

Later  met pensioen

U kunt uw pensioen ook later laten ingaan, uiterlijk tot maximaal vijf jaar nadat je je AOW-leeftijd hebt bereikt. Uw jaarlijkse uitkering wordt dan hoger. Neem voor de voorwaarden contact op met de afdeling Pensioenservice. Als u ziek of arbeidsongeschikt bent kunt uw pensioen niet uitstellen.

Deeltijdpensioen

U kunt vanaf uw 55ste met deeltijdpensioen. U bouwt het aantal te werken uren af in een of twee stappen. Deze stappen duren elk minimaal één jaar. Per stap gaat u minimaal 20% minder werken. U kunt een gemaakte keuze niet meer terugdraaien. U krijgt uiteindelijk een lagere pensioenuitkering, doordat u minder opbouwt.
Eerst spreekt u met uw werkgever af voor welk deel u nog in dienst blijft. Voor het andere deel gaat u met pensioen. Deze afspraak moet u minstens zes maanden vóór de datum waarop u met deeltijdpensioen wilt per brief laten weten aan het pensioenfonds.

Lees ook het artikel: Deeltijdpensioen, iets voor jou?

Kijk ook bij het Pensioen 123 voor informatie over dit onderwerp.

Eerst meer pensioen, later minder pensioen

U kunt ervoor kiezen eerst meer en dan minder pensioen te krijgen. U kunt kiezen uit:

  • Eerst minimaal drie jaar meer en daarna minder, óf
  • Eerst maximaal tien jaar meer en daarna minder.

De verhouding tussen hoog en laag staat vast. Die kunt u niet aanpassen. Wanneer u overlijdt ontvangt uw partner het standaardbedrag, niet meer of minder.
Wilt u drie tot tien jaar meer, daarna minder? Laat dit dan minstens zes maanden vóór de datum waarop uw pensioen ingaat per brief weten aan het pensioenfonds.

Minder voor u, meer voor uw partner

U kunt zorgen dat uw partner meer pensioen krijgt na uw overlijden. U krijgt dan minder ouderdomspensioen. Dat kan een goed idee zijn wanneer uw partner zelf weinig pensioen of ander inkomen heeft.

Minder voor uw partner, meer voor u

Heeft uw partner een eigen inkomen? En heeft uw partner geen partnerpensioen nodig na uw overlijden? Dan wilt u misschien het pensioen van uw partner omzetten in meer pensioen voor uzelf. Uw partner moet hiervoor toestemming geven.

Hebt u geen partner? 
U bouwt ook partnerpensioen op als u geen partner hebt. U kunt dit opgebouwde partnerpensioen als u met pensioen gaat omzetten in ouderdomspensioen.

Wilt u ouderdomspensioen en partnerpensioen uitruilen, laat dit dan minstens zes maanden vóór de datum waarop uw pensioen ingaat per brief weten aan het pensioenfonds.

 

Hebt u een vraag?

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van uw pensioen

Aanmelden